Column

Change the system from within - Inge Strijker - 2008
Column bij de Nieuwsbrief LICTO nr. 10

Groot was de cultuurschok toen ik, na jaren in ICT-organisaties in het bedrijfsleven gewerkt te hebben, de overstap maakte naar de jeugdzorg. Ik had tot dan toe alleen ervaring in organisaties waar ICT vanzelfsprekend een van de belangrijkste ondersteunende functies van het primaire proces was. Het belang van een gedegen ICT beleid en een juiste uitvoering hiervan, stond, door alle lagen van de organisatie heen, nooit ter discussie. In de jeugdzorg was dat anders, zou blijken.

Het begon echter veelbelovend: er lag een pracht van een technische infrastructuur, uitgerold door een grote ICT-leverancier (die goud geld verdienen aan dit soort organisaties, maar dit terzijde). Aan mij en mijn afdeling de schone taak ervoor te zorgen dat deze infrastructuur gebruikt ging worden waarvoor die bedoeld was: het implementeren, beheren en vooral zorgen voor goed gebruik van de noodzakelijke applicaties. Het registratiesysteem was de belangrijkste applicatie, hieruit kwamen verantwoordingscijfers voor financiering.

Toen ik me vol enthousiasme op deze klus stortte, kwam ik er snel achter dat (bijna) niemand in de organisatie (van strategisch tot operationeel niveau) maar enig belang hechtte aan een algemeen ICT-beleid en een gestructureerde uitvoering daarvan. Integendeel: de meeste mensen wisten amper wat ze met een pc moesten. Degenen die wel geinteresseerd waren, wilden eigenlijk alleen hun pc-speeltjes behouden en een zo uitgebreid mogelijke toegang tot het internet. En dit waren dan de superusers die cruciaal waren in het uitdragen van het ICTbeleid naar de organisatie. Het was een organisatie van "mensenmensen", die geen vanzelfsprekende interesse in het werken met de computer hebben. Ook het management stond niet pal achter het ICT-beleid. Natuurlijk gaven ze me altijd gelijk, als ze alleen met me waren. Maar als ze met de werkvloer praatten, neigde hun mening meer naar die van de uitvoerende medewerkers (zijnde de pc is een noodzakelijk kwaad). Ik kan me nog goed de bijeenkomst herinneren waarbij een manager zei, terwijl ik hem hoopvol aankeek na mijn pleidooi aan de medewerkers over het correct vullen van de velden in het registratiesysteem, voor het verkrijgen van de juiste verantwoordingscijfers: "Ach, op de snelweg rijd je ook vaak 140 waar je maar 120 mag". Kortom: het was dweilen met de kraan open. Hoe ik ook mijn best deed, de ICT-functie bleef (in mijn ogen) een zooitje, met alle vervelende gevolgen van dien. De oorzaak was duidelijk: zo lang het belang van ICT voor het primaire proces niet gezien wordt door de key-users en het management van een organisatie, zal de ICT-functie nooit volwassen worden.

Mijn hoop lag en ligt nog steeds bij de studenten die opgeleid worden om te werken in dergelijke "mensenmensen" organisaties. Van hen zal de noodzakelijke vernieuwing, ook op ICT-gebied, moeten komen. Voor een deel zal dit vanzelf gaan: immers de huidige studenten zijn meer ICT-gericht omdat ze zijn opgegroeid met de pc. Maar dit is niet voldoende, zij kennen de speeltjes, de toepassingen, maar zijn zich niet bewust van het belang en de rol van ICT voor de processen in de organisaties waar zij later gaan werken. Hier komen we bij een taak van het onderwijs: inzicht te geven in de processen van het type organisatie waar de student later zal gaan werken. Een onderdeel hiervan is het belang van ICT voor deze processen en de daarbij behorende ICT ontwikkelingen binnen het vakgebied. Met deze kennis en het bewustzijn wat hiermee gekweekt wordt, kunnen studenten de noodzakelijke vernieuwende impuls geven aan deze organisaties.

Gelukkig worden hiertoe in het onderwijs goede initiatieven genomen. Op Windesheim zijn bijvoorbeeld nieuwe minoren ontwikkeld: Zorgprocessen beter maken (over bedrijfsprocessen in de zorg) en Technologie in de Zorg. Maar dergelijke initiatieven worden maar mondjesmaat genomen. Er kan veel meer worden gedaan om studenten ICT-bewust te maken  en de cruciale vraag is waarom dit niet gebeurt. Mijn stelling is - en hiermee is de cirkel rond - dat veel docenten "mensenmensen" zijn. Zij zien het belang van ICT niet voor de uitoefening van hun vak (doceren) en ook niet voor het vakgebied waarin zij doceren. Het is een interessante vraag of de ICT-functie in onderwijsland volwassener is dan die in de jeugdzorg, zoals zojuist geschetst. Ik durf het niet hard te stellen, maar ben wel bang dat ook in het onderwijs de ICT-functie een puber vol puistjes blijkt te zijn. En hoe kunnen we onze studenten nu bewust maken van het belang van ICT in organisaties, als we zelf het verkeerde voorbeeld geven? Als in de eerste organisatie waarin studenten langere tijd verkeren een degelijk ICT beleid en gestructureerde uitvoering hiervan lijkt te ontbreken? Hoe deze cirkel te doorbreken?

Hiervoor is een belangrijke rol weggelegd voor pioniers in ICT in het onderwijs. Docenten, onderzoekers, studenten, ICTO-coordinatoren en management. Als in alle lagen pioniers vertegenwoordigd zijn die het belang van een volwassen ICT-functie zien en hier enthousiast hun steentje aan bijdragen, zal de noodzakelijke vernieuwing voor een belangrijk deel vanuit het onderwijs gevoed worden. Zowel in het onderwijs als in de (andere) vakgebieden waarvoor studenten worden opgeleid.